Pluimvoetbij

Pluimvoetbij - Dasypoda hirtipes

• Orde: vliesvleugeligen – Hymenoptera;
• Onderorde: bij-achtigen – Apocrita;
• Familie: Melittidae;
• Onderfamilie: Dasypodainae;
• Geslacht: Dasypoda;
• Lengte: vrouwtje: 12-15 mm, mannetje: 12-15 mm;
• Activiteit: juni – augustus, hoofdvliegtijd: vrouwtje: begin augustus/mannetje: eind juli;
• Nest: ondergronds;
• Biotoop: open, zanderige terreinen. Vooral op heiden, stuifzanden en kustduinen;
• Planten: composieten, schermhavikskruid, echt bitterkruid, akkermelkdistel, jacobskruiskruid, slangenkruid, kromhals;
• Voorkomen: algemeen, minder in weidegebieden. De pluimvoetbij kan overal op Golfbaan Anderstein worden waargenomen, maar vooral bij de tee-box van hole Heuvelrug-7;
• Algemeen: de pluimvoetbij is eenvoudig te herkennen aan de fel geel gekleurde pluimen bij de vrouwtjes. De pluimen zijn lange haartjes en dienen als hulpmiddel om zand weg te graven. Ook worden er tussen de haren grote hoeveelheden stuifmeel vervoerd. De bij graaft nesten in zanderige grond. De hoofdgang kan 30 tot 110 cm diep zijn met zijtakken, waar wel 4 tot 14 broedcellen gemaakt worden.