Boomblauwtje

Boomblauwtje - Celestrina argiolus

• Familie: blauwtjes – Lycaenidae;
• Afmeting: spanwijdte 23 – 30mm;
• Levenscyclus: rups van half mei – eind juni en begin augustus tot eind september. De soort overwintert als pop;
• Vliegtijd: eind maart – begin juni en half juni – begin oktober in twee of drie overlappende generaties;
• Gedrag: de vlinders vliegen meestal vrij hoog in de toppen van bomen en struiken. De vlinders voeden zich niet alleen met nectar, maar ook met honingdauw en sap van bloedende bomen;
• Biotoop: de vlinder leeft in allerlei struwelen in bossen, tuinen en parken en het agrarisch gebied. De hoogste dichtheid aan vlinders wordt gevonden bij struwelen in vochtige heiden. De vlinder kan op golfbaan Anderstein op alle lussen worden waargenomen, bijvoorbeeld bij de tee-box van hole Heide-7;
• Waardplant: sporkehout, wegedoorn, klimop, grote kattenstaart, struikhei, hulst en vlinderstruik;
• Voorkomen: een algemene standvlinder, die over het hele land voorkomt.