Bandgroefbij

Bandgroefbij - Lasioglossum leucozonium

  • Orde: vliesvleugeligen – Hymenoptera;
  • Onderorde: bij-achtigen – Apocrita;
  • Familie: Halictidae;
  • Onderfamilie: Halictinae
  • Geslacht: Lasioglossum;
  • Lengte: werkster: 8-10 mm, mannetje: 8 – 9,5 mm;
  • Activiteit: april – oktober, hoofdvliegtijd vrouwtje: begin juni /mannetje: eind augustus;
  • Nest: ondergronds;
  • Biotoop: allerlei biotopen;
  • Planten: composieten, muizenoor;
  • Voorkomen: algemeen;
  • Algemeen: het is een solitaire soort, die haar nest soms in kleine groepjes in de grond graaft. Een 15 cm lange hoofdgang met 2- 4 cm lange zijgangen die eindigt in een broedcel. De nestingang wordt rond het middaguur vaak afgesloten.