Knobbelzwaan

Knobbelzwaan - Cygnus olor

• Orde: eendvogels – Anseriformes;
• Familie: Eenden – Anatidae;
• Lengte: 140 – 160 cm;
• Spanwijdte: 200 – 240 cm;
• Biotoop: knobbelzwanen komen in zoet water voor. Ze broeden in open graslanden met veel sloten, maar ook wel in parken. Ze ruien op open water, zoals de Veluwerandmeren;
• Voedsel: waterplanten en waterdiertjes. Verder eten ze gras;
• Periode: in zachte winters blijven de knobbelzwanen in hun territorium. Als het koud wordt is er wel een trek naar het zuiden, b.v. Frankrijk. Vogels uit het noorden en oosten komen in de winter naar Nederland;
• Aantal broedparen: 7.200 – 9.300;
Veel knobbelzwanen zijn nazaten van om hun dons gekweekte vogels. Knobbelzwanen hebben een territorium, dat redelijk groot kan zijn. De broedpartners blijven vaak hun hele leven bij elkaar. Als ze broeden wordt het nest agressief verdedigd en vallen nog weleens mensen aan. Vooral als ze kuikens hebben. Ze imponeren met blazen en het aannemen van een dreigende houding, waarbij ze zich zo breed mogelijk maken.
De jongen blijven een heel jaar bij hun ouders. Voor vogels is dat erg lang. De jongen verlaten al snel het nest en kunnen na 4 tot 5 maanden vliegen. Jonge zwanen hebben eerst een lichtbruin verenkleed, dat witter wordt naarmate ze ouder worden.
Op golfbaan Anderstein valt de knobbelzwaan in diverse waterpartijen waar te nemen. Bijvoorbeeld in het water tussen hole Heide – 6 en -7.