IJsvogel

IJsvogel - Alcedo atthis

• Orde: scharrelvogels – Coracliformes;
• Familie: ijsvogels – Alcedinidae;
• Lengte: 17 – 19,5 cm;
• Spanwijdte: 24 – 26 cm;
• Biotoop: beken, meren, moeras, oevers, plassen, rietlanden, ruigte, vennen;
• Voedsel: visjes, maar ook waterinsecten zoals libellenlarven;
• Periode: gehele jaar;
• Aantal broedparen: 1.050 – 1.250;
Weinig vogels zijn schuwer dan de IJsvogel en maar zelden zal men op golfbaan Anderstein een exemplaar goed waarnemen. De meeste kans heeft men op hole Vallei – 5 bij het water voor de green. Vaak verraadt de IJsvogel zijn aanwezigheid door z’n roep, die bestaat uit een luid, hoog, fluitend “tjie” en met een beetje geluk kan men nog net een glimp opvangen, als de IJsvogel als een snelle kleurrijke pijl wegschiet.
De IJsvogel had in de jaren zestig van de vorige eeuw te lijden onder watervervuiling en de strenge winter van 1962/63, die de stand tot een tiental broedparen terugbracht. Aan het einde van de eeuw herstelde de stand, met tussentijdse onderbrekingen na koude en strenge winters. Door een serie zachte winters, in combinatie met een verbeterde waterkwaliteit, floreerde de stand aan het begin van deze eeuw. In het topjaar 2007 waren er naar schatting ca. 1000 broedparen in ons land.