Tjiftjaf

Tjiftjaf - Phylloscopus collybita

• Orde: zangvogels – Passeriformes;
• Familie: zangers – Sylviidae;
• Lengte: 11 – 12 cm;
• Spanwijdte: 21 cm;
• Biotoop: divers halfopen landschap met bomen en struiken, inclusief stedelijk gebied. De vogel heeft de voorkeur voor oudere loofbossen. Bodem dient bedekt te zijn met dichte;
• Voedsel: insecten met hun larven. In het najaar ook zaden en bessen;
• Periode: de tjiftjaf arriveert tussen april en half mei in het broedgebied en vertrekt tussen augustus tot medio oktober weer, om in Spanje, Portugal of Noord-Afrika te overwinteren;
• Aantal broedparen: 310.000 – 500.000;

De Tjiftjaf en de fitis zijn op het oog moeilijk van elkaar te onderscheiden, maar de ver dragende zang van de tjiftjaf verraadt zijn aanwezigheid. Twee tonen, een hoog “tjif’ en een lager ‘tjaf’, worden in willekeurige volgorde herhaald (vogel roep z’n eigen naam). De vogel is te herkennen aan z’n rusteloze vlucht door de vegetatie op zoek naar het voedsel. De fitis doet dit nooit. Een ander kenmerkend verschil met de fitis, zijn de donkere poten van de tjiftjaf.
Op golfbaan Anderstein is op de drie lussen de tjiftjaf en relatief veel voorkomende broedvogel, die vooral aan de hand van z’n kenmerkende zang valt op te merken.